Kwaliteitsbesef bij kunstvakken: een voorbeeld uit de lespraktijk

jan 11, 2022

, ,

 

Zowel bij Toetsrevolutie als Feedback in de klas hechten we veel belang aan het bijbrengen van kwaliteitsbesef bij leerlingen. “Wat is er nodig om voldoende, goed of uitstekend te scoren? Hoe weet je als leerling of je een bepaald doel bereikt hebt?” Hoe complexer de taak, hoe moeilijker om dit duidelijk te maken. Rubrics en criterialijsten kunnen helpen, maar leerlingen lijken ze vaak anders te interpreteren dan je bedoelt. Zeker bij kunstvakken, waarbij het vaak om complexere opdrachten gaat en subjectiviteit en interpretatie een belangrijke rol spelen, is het niet evident om verwachtingen helder te maken.

Docent Kim Wintermans (docent handvaardigheid, culturele en kunstzinnige vorming en tekenen op het voorbereidende middelbaar beroepsonderwijs) volgde tijdens ResearchED België 2021 onze sessies over feedback (René Kneyber en Hilly Drok) en kwaliteitsbesef (Geert Speltincx en Stijn Vanhoof). Ze deelde enthousiast op Twitter hoe ze haar aanpak in haar kunstles, tot haar grote tevredenheid, wijzigde na deze sessies. In deze blog kaderen we waarom stilstaan bij kwaliteitsbesef bij kunstvakken zo belangrijk is. Vervolgens vertelt Kim hoe zij in haar lessen aan kwaliteitsbesef werkte door leerlingen actief te laten werken met voorbeelden van verschillende kwaliteit. Het wordt duidelijk wat dat voor haar en haar leerlingen opleverde.

Kwaliteitsbesef krijg je via voorbeelden en gesprek

Kwaliteitsbesef bijbrengen bij kunstvakken lijkt heel vanzelfsprekend, maar is vaak lastiger dan gedacht. Vaak denken kunstdocenten dat ze beter geen voorbeelden kunnen laten zien van goed werk, omdat er een risico bestaat op kopiëren en dat zou de creativiteit van leerlingen in de weg kunnen staan. Echter, het wakkert juist de creativiteit aan. Leerlingen worden, net zoals echte kunstenaars, geïnspireerd door voorbeelden van anderen te bekijken en deze in gesprek te analyseren en vergelijken met elkaar. Uiteraard met inachtneming van afspraken op vlak van plagiaat die leerlingen, net zoals kunstenaars, moeten respecteren.

Wanneer docenten wel voorbeelden laten zien, zijn dit vaak goede voorbeelden. Dat is natuurlijk ook hoe echte kunstenaars zich laten inspireren: door het zien van andere goede voorbeelden. Leerlingen zitten echter nog niet op het niveau van kunstenaars, zij staan nog aan het begin van hun kennisacquisitie op het gebied van kunsten en zijn nog erg gebaat bij het zien van voorbeelden van verschillende kwaliteit. Voor docenten en kunstenaars is het, door hun ervaring, snel zichtbaar wat een kunstwerk ‘goed’ maakt, maar voor beginners is dit niet zo evident. Wanneer er kunstwerken van verschillende kwaliteit worden getoond en besproken, kunnen leerlingen zelf ervaren wat een kunstwerk een goed kunstwerk maakt.

“Goede foto’s maken gaat niet over een lijst van criteria die moeten afgevinkt worden. Vaak is scherpte wel een criterium voor een goede foto, maar soms is een foto net beter wanneer die net niet scherp is. Dit subtiele verschil duidelijk maken kan enkel door veel voorbeelden samen te analyseren.” (Thomas Van de Water, docent audiovisuele technieken: fotografie, KdG Hogeschool Antwerpen)

Daarom is het aan te raden om aan het begin van een lessenreeks stil te staan bij voorbeelden van verschillende kwaliteit en de leerlingen op basis van die voorbeelden kwaliteitseisen op te laten stellen. Leerlingen kunnen dit eerst voor zichzelf doen en daarna kun je klassikaal uitwisselen aan welke kwaliteitseisen de opdracht moet voldoen. Natuurlijk heb jij als docent een lijst klaar waar op zijn minst aan voldaan moet worden, maar als de leerlingen deze lijst zelf opstellen, ‘voelen’ ze de eisen meer dan wanneer het ze opgelegd wordt. Voor beginners is dit een prettige houvast, zeker wanneer in de bovenbouw de opdrachten steeds vrijer worden. Misschien zul je ervaren dat de leerlingen die beter zijn in jouw vak deze eisen niet nodig hebben, maar de leerlingen die meer moeite hebben met creatieve vakken zijn erg gebaat bij meer structuur. Zodra zij zich het vak steeds meer eigen maken, zullen zij steeds minder deze eisen nodig hebben.

Voorbeeld uit de lespraktijk

Docent Kim Wintermans zegt over het bijbrengen van kwaliteitsbesef het volgende:

ResearchED België 2021. Ik volg de sessie van Stijn Vanhoof en Geert Speltincx, en daaropvolgend de sessie met René Kneyber en Hilly Drok. Deze gaan beide over goede feedback en heldere kwaliteitsverwachtingen. Best ingewikkeld als kunstdocent. Wanneer is een werk onvoldoende, goed of uitstekend? Waarom is het ene werk beter dan het ander? In de klas ben ik er erg op gefocust om uit elk kind zoveel mogelijk te halen, hoge verwachtingen te hebben en niet te snel genoegen te nemen met “Dat kan ik niet, mevrouw.”.

Hoe ouder de leerlingen, hoe minder specifiek de opdrachten over het algemeen worden. Dit maakt het nog moeilijker om duidelijke kwaliteitsverwachtingen te communiceren. In de examenklassen is er alleen nog een thema over als “opdracht”. Leerlingen mogen dit thema zelf invullen met hun eigen interpretatie. Maar wel altijd via een opbouw van oriëntatie, via een beeldonderzoek, naar een eindresultaat. We starten dan ook vaak met een moodboard.

Wel of niet actief werken met voorbeelden in de kunstles?

Tijdens de sessie van Stijn en Geert op ResearchED werd besproken hoe je duidelijke kwaliteitsverwachtingen schept bij leerlingen/studenten. Ze voerden een pleidooi om leerlingen actief met voorbeelden van verschillende kwaliteit te laten werken door voorbeelden te vergelijken en hierover in gesprek te gaan. En dat raakte me.

Natuurlijk laten we bij kunst altijd voorbeelden zien. Voor mij is het logisch dat je dat doet bij een beeldend vak. Maar geraakt ben ik, omdat ze ook inzoomen op het feit dat je best ook slechte en gemiddelde voorbeelden kan laten zien. Want, denk ik stiekem bij mezelf, goede voorbeelden tonen is toch het belangrijkst? Maar na de sessie en daarnaast ook de verhelderende podcast van Toetsrevolutie met dezelfde heren, krijg ik bijna het schaamrood op mijn kaken dat ik dit niet eerder heb bedacht. Want juist die heldere verwachting schep je door voorbeelden van verschillende kwaliteit te laten zien en leerlingen ermee te laten werken.

En dus ging ik aan de slag in mijn les met mijn derde klassers vmbo.

In deze lessenreeks oefenden we alvast voor het Centraal Praktisch examen. Leerlingen gingen een “remake” in klei (3D) of in hout (reliëf) maken van het werk van de kunstenares Jacqueline Schäfer. We startten met een moodboard, vervolgens gingen leerlingen beeldend onderzoek doen en dat zou leiden tot een eindproduct. Leerlingen begonnen met het verzamelen van materiaal dat ze op moodboards wilden plakken. Deze moodboards zouden een inspiratie vormen voor hun eindproduct.

Om kwaliteitsbesef bij te brengen liet ik de leerlingen hun moodboards rangschikken. Leerlingen legden hun eigen moodboard op de tafel die correspondeerde met het aantal punten dat zij het waard vonden (variërend van tafel 0 tot tafel 4). Zoals elk jaar merkte ik dat er leerlingen zijn die graag zichzelf het maximale aantal punten geven, zonder dat ze kritisch zijn. Maar de meesten waren erg streng voor zichzelf. Terwijl we dit deden, realiseerde ik me dat ze vooraf nauwelijks duidelijke kwaliteitsverwachtingen van mij hebben gekregen. Na deze les bezocht ik de sessies op ResearchED. Hierna besloot ik tijd vrij te maken om op de kwaliteitsverwachtingen in te zoomen. Dit heb ik gedaan door de leerlingen nog eens hun moodboards op de volgens hen juiste tafel te laten leggen en alle leerlingen rond te laten lopen en de moodboards van hun klasgenoten te bekijken.

Ik heb ze aangespoord om in gesprek te gaan met elkaar en met mij over de kwaliteit. Ze mochten de moodboards ook verplaatsen naar een andere tafel. Ik zag een heleboel moodboards naar hogere tafelnummers verhuizen. Maar ook een aantal de andere kant op. Na dit proces heb ik klassikaal een moodboard besproken dat op tafel 2 lag. Samen benoemden we wat we er goed aan vonden en wat beter kon. Het besprokene noteerde ik op het bord. Dit herhaalden we bij een aantal moodboards van andere tafels. Langzaam ontvouwde zich een lijst met “kwaliteitsverwachtingen”. Want, ontdekten de leerlingen: hoe meer plaatjes, hoe inspirerender. Maar ook: hoe meer verschillende dieren, hoe meer inspiratie. En…ook al zegt de docent (ik dus) dat de kleur niet meetelt in de beoordeling, wegens gebrek aan kleurenprinter, toch geven kleurenafbeeldingen bij deze opdracht echt meer inspiratie en een mooier moodboard.  Leerlingen ontdekten dat de ordening van het moodboard ertoe doet. En ook de kwaliteit van knippen draagt bij aan de kwaliteit. En hé, als je niet zo goed kunt knippen, blijkt scheuren een erg mooi alternatief.

Actief voorbeelden vergelijken werkt!

Terwijl we zo bezig zijn, zie ik leerlingen naar hun werk kijken. De een tevreden, de ander een beetje teleurgesteld. Ik besluit de beoordeling uit te stellen. Want….ze zagen nu pas goede èn vooral ook minder goede voorbeelden. Ondanks dat de beschikbare tijd beperkt is, denk ik op dat moment daar toch goed aan te doen. De leerlingen die de goede moodboards maakten, weten nu dat ze echt goed genoeg zijn. De leerlingen die de minder goede moodboards maakten zijn zich bewust hoe het beter kan. Ze krijgen van mij de kans, als ze willen, nog iets hieraan te verbeteren. En die kans grijpen ze bijna allemaal. De les erna heb ik alleen maar moodboards die voldoen.

Deze aanpak van Kim sluit mooi aan bij onderstaande werkvorm die je makkelijk kan toepassen in je eigen les. Pas de werkvorm gerust aan naar een vorm die werkt voor jou. Zo werkte Kim bv. met huidige werken in plaats van werken uit de voorbije jaren.

In groepjes van vier krijgen leerlingen drie geanonimiseerde werken uit voorbije jaren (een uitstekend, een goed en een zwak werk). Ze krijgen de opdracht om de drie werken te ordenen van het zwakste naar het sterkste werk. Ze moeten hun ordening kunnen verantwoorden aan de hand van de criteria.

Tot slot voer je een klassikaal gesprek over kwaliteitscriteria. Je doorloopt de criterialijst of rubric en linkt ze aan de verschillende voorbeelden.

Na de oefening noteert elke leerling wat ze uit de oefening leren voor de aanpak van hun eigen werk. Ze duiden in het groen criteria aan die hen goed liggen en in het rood criteria die om extra aandacht vragen.

Opvallend bij deze werkvorm is een verschuiving van goede voorbeelden tonen (de leraar werkt het hardst) naar de leerlingen actief voorbeelden van diverse kwaliteit laten analyseren en vergelijken (de leerlingen werken het hardst).

Tot slot 

Bij een volgende opdracht ga ik teruggrijpen op de kwaliteitsverwachtingen, zoals leerlingen die benoemd hebben bij deze eerste keer. Misschien volgen er dan nog aanvullingen. Zelf ben ik me bewust geworden dat juíst óók slechte voorbeelden belangrijk zijn, om kwaliteitsverwachtingen helder te krijgen. Want als er alleen maar goede voorbeelden worden getoond, hebben leerlingen de neiging om het nóg beter dan goed te willen doen. Met alle gevolgen van dien: te veel tijd hieraan besteden, perfectionisme etc. Nu weten de perfectionisten ook wat “goed genoeg” is.

En wat betreft voorbeelden en kunst en eventueel “jatgevaar”; je kunt niet genoeg voorbeelden en inspiratiebronnen vinden voor een goed werkstuk! Elk nieuw kunstwerk is op iets anders gebaseerd. Dus wees als kunstdocent nooit bang voor veel inspiratiebronnen. Daaruit kan weer iets moois ontstaan.  Dit ontdekten mijn leerlingen in elk geval ook. De resultaten van de remake van Jacqueline Schäfer laten nog even op zich wachten wegens een lockdown. Maar de resultaten zullen later op mijn Twitteraccount te bewonderen zijn; @Kiwi0501.

Bronnen en meer lezen

Kwaliteitsbesef bijbrengen | Toetsrevolutie

Het ontwerpen van een feedbackproces | Toetsrevolutie

Bouwer, R., Goossens, M., Mortier, A. V., Lesterhuis, M., & De Maeyer, S. (2018). Een comparatieve aanpak voor peer assessment: leren door te vergelijken. In D. Sluysmans & M. Segers (Eds.), Toetsrevolutie: naar een feedbackcultuur in het HO. Culemborg: Phronese

Vanhoof, S. & Speltincx, G. (2021). Feedback in de klas. Verborgen leerkansen. Leuven: Lannoo Campus

 

 

Auteur

  • Hilly Drok is docent Nederlands. Sinds haar master Professioneel Meesterschap houdt zij zich bezig met formatief handelen in haar eigen onderwijs en daarnaast implementeert zij middels professionele leergemeenschappen (plg’s) een formatieve cultuur op haar school. Voor Toetsrevolutie geeft zij trainingen en schrijft zij blogs.

  • Stijn is stafmedewerker Onderwijsontwikkeling bij Karel de Grote Hogeschool. Eerder was hij leraar in het secundair (voortgezet) onderwijs en praktijklector in de lerarenopleiding. Samen met Geert Speltincx schreef hij het boek Feedback in de klas.

  • Kim staat al 22 jaar voor de klas. Momenteel geeft ze les in het Blariacumcollege, Venlo (Vmbo 3-4 GTL - handvaardigheid-ckv-tekenen). Ze is leergierig op vlak van evidence-informed lesgeven en experimenteert graag met werkvormen in de klas.

Aanbevolen artikelen