Door René Kneyber

Een groot misverstand over formatief toetsen is dat het synoniem zou zijn aan geen cijfers geven. Ik ben daar natuurlijk enigszins schuldig aan omdat ik besloot het boek Embedded Formative Assessment  als Cijfers geven werkt niet te vertalen. Dus ik wil bij deze ook mijn verantwoordelijkheid nemen en dit misverstand de wereld uit helpen.

Beoordelingspraktijk versus didactisch handelen

Een beperkte hoeveelheid stof behandelen, zoals een hoofdstuk, daar een toets over geven dat beoordeeld wordt in de vorm van een cijfer, is een voorbeeld van een beoordelingspraktijk. De drie strategieën van formatief toetsen (het stellen van doelen, het checken van begrip, en het geven van feedback) vormen samen geen beoordelingspraktijk, maar een didactische aanpak. Iets dergelijks wordt goed geïllustreerd in het boek Toetsrevolutie door Ed van den Berg. Hij laat in zijn hoofdstuk zien hoe formatieve toetsing gebruikt kan worden om de instructie te verbeteren. 

Het is daarom misschien ook beter om te spreken over formatief handelen en summatief toetsen.

Toch houden ze verband met elkaar

Er zit natuurlijk wel enige samenhang tussen summatief toetsen (als beoordelingspraktijk) en formatief toetsen (als didactische aanpak). Als het goed is beoordeel je met summatief toetsen of bepaalde doelen gehaald zijn. Bij formatief toetsen kijk je ook hoe de leerling ervoor staat (of de leerling doet dit zelf). Bij summatief toetsen is er feedback in de vorm van een cijfer. Bij formatief toetsen is er sprake van rijkere, ontwikkelingsgerichte feedback. 

Het is natuurlijk begrijpelijk dat leraren die hier kennis van nemen, en de ontwikkeling van leerlingen centraal stellen, formatief toetsen gaan zien als de verbeterde versie van summatief toetsen. Maar door simpelweg de summatieve toetsen te vervangen door formatief toetsen does not een beoordelingspraktijk make; door gewoon dezelfde toetsen als voorheen te gebruiken maar daar rijkere feedback op te geven, in plaats van feedback via een cijfer, creëert vermoedelijk meer problemen dan er worden opgelost.

Een beoordelingspraktijk is tenslotte ook een antwoord op de vraag van de leerling waar hij of zij het voor doet, en wat telt en wat niet telt. Stel je vervangt je summatieve toetsen door formatief te handelen, welke informatie is dan van belang om belangrijke beslissingen op te baseren? Welke inspanning van de leerling loont? En als dat onduidelijk is waarom zou de leerling zich dan eigenlijk nog inspannen? 

Intelligente mix tussen summatief toetsen en formatief handelen

Ik zou eenieder die iets met formatief toetsen wil gaan doen adviseren om een slimme mix te gebruiken tussen summatief toetsen en formatief handelen. In het boek Assessment for Learning: The Challenge of Implementation zien we dat veel docenten in andere landen kiezen voor een mix, zodat er vormen van overlap ontstaan.

Untitled 2.jpg

In variant A wordt de informatie die voortkomt uit het formatief handelen gebruikt om tot een summatieve beoordeling te komen. Om een rapportcijfer te geven gebruikt de leraar niet alleen de resultaten uit summatieve toetsen, maar weegt ook zijn observaties en de inhoud van gesprekken mee die hij deed en had tijdens het formatief handelen in de lessen. Dit soort gebruik van informatie uit formatief toetsen wordt beschouwd als robuuster en meer valide dan wanneer er slechts een gemiddelde cijfer wordt berekend (Allal, 2013).

In variant B wordt de informatie die voortkomt uit summatieve toetsing gebruikt op een formatieve manier.  Nadat een biologieleraar bijvoorbeeld een verslag beoordeeld heeft, verzamelt ze alle veelvoorkomende fouten om zo nieuwe activiteiten te ontwerpen die de leerlingen kunnen helpen om hun begrip te verbeteren. Deze wijze van formatief gebruik van summatieve informatie komt volgens de auteurs van dit boek met name voor wanneer het aantal contacturen beperkt is, waardoor er weinig tijd is om een goede scheiding te maken tussen formatief handelen en summatieve beoordeling.

In variant C is er sprake van een uitgebreide en langdurige evaluatie-activiteit waarin fases of componenten van formatief handelen zitten, en waarin fases of componenten van summatieve beoordeling zitten. Een voorbeeld hiervan is het werken, gedurende een jaar, aan een schrijf-portfolio  dat uiteindelijk gebruikt wordt om een eindcijfer te geven, maar waarin – gedurende de opeenvolgende fases – de leerling wordt aangemoedigd om zijn schrijfvaardigheid te verbeteren door middel van feedback van de leraar of door klasgenoten, en door middel van reflectie op het proces van schrijven en revisie (door metacognitieve zelfevaluatie). (Zie bijvoorbeeld de procedures die hiervoor zijn ontwikkeld door Tierney c.s. (1991))

Het grote voordeel van deze intelligente mixen is dat er weinig hoeft te veranderen aan de bestaande praktijken. Leerlingen krijgen nog steeds een rapport met cijfers. Hierdoor begrijpen ouders en collega’s die cijfers gewend zijn gemakkelijk ‘hoe het er voor staat’. Voor leerlingen is het zo ook duidelijk hoe de formatieve activiteiten bijdragen aan hun beoordeling.

Overal toepasbaar

Soms lees ik of krijg ik te horen dat formatief toetsen niet zou kunnen werken in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs, of in het mbo, in het primair onderwijs, of bij Nederlands, gym of wat dan ook. Bovengenoemde implementatievarianten laten duidelijk zien dat formatief toetsen overal mogelijk is, en een meerwaarde kan leveren. 

Variant C kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een PTA-onderdeel over schrijven en dat uiteindelijk beoordeeld wordt met een cijfer in het PTA.

Ik wil hierbij nog opmerken dat er ook nog een vierde variant in opkomst is: het programmatisch toetsen, hierover hoop ik een binnenkort een volgende post te schrijven.

ONLINE CURSUS

Wil je alles weten over formatief handelen? Volg dan onze nieuwe online cursus!

Probeer het tot 31 augustus met korting uit!