Door René Kneyber

Veel scholen willen aan de slag met formatief toetsen of handelen. Om dit te laten slagen heeft de schoolleider een sleutelfunctie. Om hen wat op weg te helpen organiseren we samen met Vernieuwenderwijs op 4 juni een dag voor schoolleiders en kartrekkers .

In deze blog zet ik alvast een aantal terugkerende valkuilen uiteen en wat een schoolleiding daaraan zou kunnen doen.

1. Een gebrek aan kennis

Op veel scholen valt me op dat er weinig kennis in huis is over formatief handelen. Fundamentele kennis, zoals wat de 5 strategieën van Dylan Wiliam zijn, ontbreekt. Soms is die kennis wel aanwezig, bijvoorbeeld bij een enthousiaste kopgroep, maar ik ben op geen school geweest waar meer dan 10% hiervan af wist. En dan hebben we het dus alleen nog maar over de basis van de basis.

Natuurlijk is dat niet gek als ik gevraagd word om een keer verkennend iets te vertellen over formatief handelen. Maar het is des te verbazingwekkender als je je beseft dat dit ook het geval is op scholen waar formatief handelen al een beleidsdoel is; waar scholen al zijn ‘bezig zijn’ of bijvoorbeeld over drie maanden willen ‘beginnen’.

Typerende uitspraak: “We gaan in september beginnen met ‘formatief toetsen’, maar niemand inclusief de leiding weet nog precies wat het is.”

Advies: Bouw eerst de kennis in de organisatie op voordat je überhaupt besluit om iets in de school in te voeren.

2.Docenten worden vanuit ambitie overvraagd.

Naar mijn idee zijn er twee vormen van formatief handelen. Een eenvoudige variant en een complexe variant.

In de eenvoudige variant kijk je als docent waar leerlingen staan zodat je daar je lessen op kunt aanpassen. Een mogelijke valkuil is dat docenten gaan nakijken. Studenten of beginnende leraren hebben hier over het algemeen moeite mee, omdat ze niet goed weten naar welke informatie ze op zoek zijn; en als ze zien waar leerlingen staan dat ze niet per se weten wat de logische vervolgstap is. Beide problemen zijn met wat scholing en collegiale ondersteuning op te lossen. Wat mij betreft kun je deze variant van iedere collega in een school verwachten.

Maar op veel scholen wordt van iedere docent de complexe variant verwacht, waarin een grote rol voor de leerling is weggelegd en waarin het geven van feedback een grote plek inneemt, teneinde de zelfsturing van leerlingen te vergroten. Dit is absoluut een expert-vaardigheid. De zelfsturing van leerlingen vergroten en op een goede manier feedback geven is ook niet iets wat je in een korte periode kunt leren. Beginners en studenten komen hier sowieso niet uit. En niet elke docent zal dit kunnen.

De consequentie hiervan is dat deze variant ongeschikt is om je organisatie en onderwijs omheen te ontwerpen, tenzij je daar strak scholings- en persoonsbeleid tegen aan wilt gooien.

Typerende uitspraak: “We gaan in alle leerjaren het aantal summatieve toetsen verminderen, en door formatief toetsen willen we leerlingen inzicht geven in hun eigen leerproces en hun voortgang monitoren.

Advies: Geef docenten adequate scholing en ondersteuning, en laat je persoonsbeleid meebewegen met je verbeterambities. Misschien is het ook beter om implementatie meer te richten op de eenvoudige variant, en de complexere variant alleen te verwachten van de betere docent (en bijvoorbeeld als vereiste te stellen voor LC of LD).

3. Geen eenduidige definitie van wat formatief handelen is

In andere landen is men al veel eerder begonnen met formatief handelen, en niet altijd succesvol. Een van de lessen die we kunnen leren van andere landen is dat het belangrijk is om in een organisatie een gemeenschappelijk beeld te hebben van wat formatief handelen is. Maar als ik de vraag stel wat docenten denken dat formatief handelen is, krijg ik regelmatig een waaier aan antwoorden zoals hieronder.

A screenshot of a cell phone Description automatically generated

Typerende uitspraak: “Een formatieve toets is een toets die niet telt, en/of waar je feedback op krijgt”.

Advies: Waar je naar toe wilt als organisatie is een kort document (max. 1 A4) waarop precies staat wat formatief handelen wél, en wat het níet is. Als iemand dan vraagt, “Is dit formatief?” dan kun je aan de hand daarvan bekijken of dat zo is.

 4. Te weinig tijd nemen

Succeservaringen motiveren, dat is niet alleen zo voor leerlingen. Ook docenten hebben ervaringen van kunnen en van succes nodig om ergens enthousiast voor te worden. Recent volgde iemand bij mij een cursus, en die ging aan de slag met exit tickets, waarbij ze iedere les eindigde met een exit ticket, waarna ze de volgende les een gesprek aanging aan de hand van een paar interessante voorbeelden. Haar moeilijke Havo-2-klas was plots veel geconcentreerder, stelde betere vragen, en toonde flinke progressie. Dat leverde haar de motivatie op om zich te verder te ontwikkelen en te verdiepen.

Maar door docenten te overvragen, zonder adequate training, blijft succes uit. Door van docenten te verwachten dat ze morgen of over drie maanden meteen al hun lessen anders gaan inrichten – want dat is in feite wat er voor goed formatief handelen nodig is – creëer je twee problemen: een gebrek aan succeservaringen waardoor docenten hun motivatie verliezen, en/of een oppervlakkige implementatie (ook wel pseudo-formatief toetsen genoemd).

Het verdient altijd de voorkeur om docenten eerst hun vaardigheden te laten verbeteren. Als ze het een beetje in de vingers hebben ontstaat al vrij snel de zin om ook het toets-programma te gaan aanpassen. Het is niet zo dat door stel op sprong het toetsprogramma aan te passen docenten op magische wijze de vaardigheid om formatief te handelen gaan ontwikkelen.

Typerende uitspraak: “We verminderen het aantal cijfers, en we verwachten van docenten dat ze in de tussentijd dan meer formatief gaan handelen”

Advies: Reken altijd op een implementatietraject van minimaal 5 jaar, met duidelijke faseringen. Begin bij de didactische vaardigheden van docenten, het toetsprogramma kan een (eventueel) sluitstuk vormen.

5. Geen zicht op of de randvoorwaarden op orde zijn.

Formatief handelen is niet alleen van zichzelf een complexe vaardigheid. Het vereist ook andere competenties van docenten zoals een goed klassenmanagement en het vermogen om een veilige sfeer te creëren. Het is altijd de moeite waard eerst hier docenten in bij te scholen, alvorens met formatief toetsen aan de slag te gaan.

Daarnaast zijn er nog andere zaken van belang. Zijn ouders voldoende meegenomen? Begrijpen ze wat je als school van plan bent, en waarom? Om ouders en andere belanghebbenden is het ook van belang om goed te evalueren wat je aan het doen bent. Levert het ook echt de verbetering op die je in gedachten had? Voor de legitimering naar buiten toe is dit met name van belang.

Typerende uitspraak: “We geven minder cijfers en nu klagen ouders daarover.”

Advies: Doe lesbezoeken, start het gesprek over klassenmanagement (verwacht minimaal 90-95% effectieve lestijd), organiseer gerichte nascholing. Betrek ouders aan de voorkant, evalueer de opbrengsten van je beleid feitelijk en grondig.

Tot slot

Formatief handelen kan prachtige dingen opleveren: betere resultaten, meer motivatie en een rijker leerproces. Maar de vaardigheid is complex, en dat maakt de implementatie mogelijk nog complexer. Het valt niet te verwachten docenten van de een op de andere dag hun lessen gaan aanpassen, zonder kennis en vaardigheden opgebouwd te hebben. Dat vereist een duidelijk plan met een goede afstemming tussen ambitie, leiderschap, personeelsbeleid, nascholing en financiering.

Nog meer lezen? Lees bijvoorbeeld de blog van Wessel Peeters Onderwijsinnovatie gebeurt niet op papier.

Voor meer informatie over onze schoolleidersdag, klik hier.

 

ONLINE CURSUS

Wil je alles weten over formatief handelen? Volg dan onze nieuwe online cursus!

Probeer het tot 31 augustus met korting uit!