Door René Kneyber

Het is een situatie die op veel scholen en opleidingen terugkeert. De leerling (of student) levert een opdracht in, en de docent gaat daarna aan de slag met het geven van feedback. Hoe groter de opdracht, hoe meer tijd de docent kwijt is. En als de leerling er een janboel van heeft gemaakt dan is de docent nog langer bezig.

Al die noeste arbeid gaat naar de leerling terug, die bestudeert het allemaal grondig, verbetert wat er verbeterd moet worden, en levert het wellicht nog een keer in. Wat blijkt? De leerling heeft de feedback goed ter harte genomen, en de grafiek/het leesverslag/de brief/de essay/etc. is helemaal goed.

Perfect! Eind goed, al goed! Toch? Nou, nee.

Nu vrijwel alle lessen in het onderwijs online worden gegeven stoeien veel docenten met hoe er het beste feedback kan worden gegeven. Op sociale media komen er tal van ideeën voorbij. Docenten laten leerlingen foto’s maken van hun schrift en gaan er dan van alles bijschrijven. Ze laten opdrachten inleveren, die ze rijkelijk voorzien van commentaar. Bij gebrek aan een betrouwbare toetsomgeving, gaan scholen ‘formatief’ toetsen. Leerlingen krijgen dan feedback in plaats van een cijfer, niet helemaal een correcte invulling van formatief toetsen (zoals ik al eerder schreef), maar men moet toch wat…

En de intentie hier is uiteraard goed. Maar in dit blog wil ik waarschuwen voor een aantal valkuilen – die mogelijkerwijs nodeloos veel tijd en energie kunnen kosten –, en wat andere perspectieven aandragen die hopelijk behulpzamer.

Willen we een beter product of een beter mens?

In een eerder blog schreef ik al over het principe van goed-genoeg-feedback. Leerlingen (of studenten) willen het liefst de perfecte feedback: er bestaat precies beschreven wat er anders moet, en als het van de leraar komt is het beter dan wanneer het van een klasgenoot komt, want dan hoef je niet te twijfelen of het allemaal wel klopt of niet. Je kunt dan als leerling, bij wijze van spreken, bij al het commentaar zonder te aarzelen de ‘Accept All Changes’- knop indrukken , en dan is het product goed. De grafiek klopt. Het leesverslag is ontdaan van alle spelfouten, de structuur van de brief klopt, het essay is net even wat scherper geworden. Maar de grote vraag is natuurlijk: Het product is dan nu wel goed, maar is de mens ook beter geworden?

Is de leerling nu wel in staat om nu een grafiek te tekenen? Is de leerling nu in staat om alle spelfouten zelf te vinden? Is de leerling nu een beter mens geworden? Autonomer, zelfstandiger, vaardiger? En het antwoord daarop is natuurlijk niet automatisch een ja.

Dat hoeft – uiteraard – niet per se een probleem te zijn. Soms willen we gewoon dat het goed is. Voor de motivatie van leerlingen kan het behulpzaam zijn om succes te ervaren, zelfs al is dat aan de hand van hele specifieke feedback (je zou het bijna voorzeggen kunnen noemen). Ook voor een belangrijke zwaarwegende toets of opdracht kan het fijn zijn als ze leerling of student het gewoon heel goed doet.

Maar als we willen dat feedback de vaardigheden van leerlingen helpt verbeteren dan is het noodzakelijk dat:

1) Zij zelf gaan nadenken over de kwaliteit van hun werk: door zelf te reflecteren op de kwaliteit van hun werk, weten we dat leerlingen vaardigheden ontwikkelen waar ze op de lange termijn nog profijt van hebben.

2) Dit denkwerk resulteert in een activiteit: Er kan een boel misgaan en een boel goed gaan bij het ontvangen van feedback. Veel van de mogelijke problemen kun je voorkomen door leerlingen iets te laten doen met de feedback.

Minder doen met meer resultaat

Het goede nieuws is dus dat feedback effectiever wordt, juist door minder te doen. Het slechte nieuws is dat je wat meer op je handen moet gaan zitten, en dat dat niet iedereen gelegen is.

Tom Sherrington beschrijft in zijn blog de praktijk van een Engelse school die serieus werk hebben gemaakt van dit principe. Ten eerste verwachten ze op deze school van alle docenten dat als zij feedback geven er altijd een vervolgactiviteit klaarligt waarbij die feedback benut kan worden..

Het tweede wat zij tot beleid hebben verheven is het principe van goed-genoeg-feedback: Als leraar moet jij niet al het werk doen, je geeft een aanzet, en de leerling maakt dit af. Hun handreiking heb ik vertaald, en is hieronder te vinden (of als PDF te downloaden).

Niet doen… Wel: De leraar… Wel: De leerling…
In een gemaakte opdracht allerlei opmerkingen schrijven en een algeheel oordeel geven over het hele werk Schrijft opmerkingen in de opdracht. Schrijft zelf een algehele beoordeling van het werk en geeft twee sterke punten en een onderdeel om te verbeteren.
In een gemaakte opdracht allerlei opmerkingen schrijven en een algeheel oordeel geven over het hele werk Schrijft een algehele beoordeling. Geeft in de opdracht aan waar de sterke kanten zichtbaar worden en waar verbeteringen gemaakt moeten worden.
Uitgebreid commentaar opschrijven Geeft een sterke kant en een ding dat mogelijkerwijs verbeterd kan worden. Probeert het ene geadresseerde punt te verbeteren.
Naast goede dingen in het werk schrijven ‘Dit heb je goed gedaan want…’ Plaats twee vinkjes naast de goede delen van het werk. Noteert de reden voor de twee vinkjes.
Iedere vraag nakijken. Kijkt alleen de gemarkeerde vragen na. Geeft door middel van markeren bij zichzelf (of bij een klasgenoot) aan waar hij de meeste hulp nodig heeft.
Bij elke opdracht dezelfde uitleg opschrijven, als dezelfde fout door veel leerlingen gemaakt is. Bespreekt de vraag in de klas. Schrijft zelf het juiste antwoord op.
Een volledige oplossing schrijven als de leerling de vraag fout heeft. Schrijft alleen een hint, of de volgende stap op. Probeert de opdracht nu beter te doen.
De opdracht corrigeren als de leerling een klein foutje heeft gemaakt Schrijft WGHM? (Wat gaat hier mis). Of LDV! (Lees de vraag!) Probeert de opdracht nu beter te doen.
Alleen wat meer uitgewerkte opdrachten nakijken Bespreekt Initiële opzetten/ of halffabricaten voor de opdracht in de klas voordat ze worden ingeleverd. Levert uiteindelijk  geen half werk in!
Een opdracht teruggeven en dan meteen verder gaan met het volgende onderdeel… Vraagt de leerling om een vink te zetten naast opmerkingen die ze snappen en een vraagteken naast het commentaar dat ze niet snappen (om zo leerlingen te trainen om actief feedback te verwerken). Laat leerlingen in paren de ? oplossen, voordat ze het aan jou vragen. Gaan aan de slag met je geschreven feedback, en gaan daarna verder met een doelgerichte opdracht.
Stickers plakken

Harry Fletcher-Wood, auteur van Responsive Teaching en docent geschiedenis, toonde in een van zijn blogs ook al een mooi voorbeeld van goed-genoeg-feedback.

Na het geven van een essay plakte hij op het werk van leerlingen een sticker: Rood, oranje of groen. Vervolgens liet hij een volgende les onderstaande slide zien.

Gebruik een andere kleur pen (Blauw of Zwart)

Rood Maak een volgende zin af:

Henry VII controleerde baronnen door…

Hij loste zijn geldproblemen op door…

Hij hield Engeland veilig van andere landen door…

Henry VIII nam ook de … over tot…

Oranje Je hebt veel al uitgelegd, maar niet alles.

Zorg ervoor dat je het volgende hebt uitgelegd: geld, de legers van de baron, andere landen (welke), en de huizen van York en Lancaster verenigen.

Groen Welke problemen bleven er nog over voor de Tudors?

De leerlingen die een rode sticker hadden, kregen zo meer hulp (maak de volgende zinnen af…), degenen met oranje kregen al weer iets minder hulp, en degenen die het al goed hadden kregen een aanvullende opdracht.

Minder werk, meer resultaat!

Feedback op afstand

Ook als je leerlingen op afstand lesgeeft is het goed om na te denken hoe je je feedback geeft: wat ga jij doen en wat kan de leerling doen. Stel jezelf daarbij de volgende vragen:

1. Kan een leerling het zelf niet nakijken? Zeker nu jij niet meer in de buurt bent om al het huiswerk na te bespreken, is er wellicht een mogelijkheid om leerlingen het zelf te laten nakijken. Waarbij jij eventueel alleen nog maar even hoeft na te lopen of ze dat goed gedaan hebben?

2. Moet ik per se alles bekijken, of zijn een paar sleutelopdrachten voldoende? Als leraar hoef ik echt niet alles te weten wat leerlingen doen. Maar er zijn soms specifieke opdrachten die mij een goed beeld kunnen geven van wat een leerling wel of niet kan, en ik ben geneigd om daar dan alleen naar te kijken.

3. Welke hulp hebben leerlingen minimaal nodig om zelf een volgende stap te zetten? Bovenstaande tabel kan daarbij helpen. Probeer te voorkomen dat jij degene bent die al het werk doet.

Toetsen in tijden van afstandsonderwijs, what is it good for?

Dan nog tot slot: het is begrijpelijk dat scholen op zoek zijn naar manieren om de traditionele toetsen te vervangen. Maar toetsen voor een cijfer gewoonweg te vervangen door toetsing met feedback is meestal weggegooide tijd & verspilde energie. Naar mijn idee zijn er andere dingen die je met toetsing zou kunnen doen die momenteel heel behulpzaam zouden zijn, en mogelijkerwijs ook nog bepaalde problemen oplossen

1) Gebruik toetsing om de ontstane hiaten in kaart te brengen. Afstandsonderwijs is niet optimaal en er zullen mogelijkerwijs hiaten in kennis en vaardigheden ontstaan, die in een klassikale niet zouden zijn ontstaan. Gebruik daarom toetsing de komende tijden om hiaten in beeld te krijgen. De eerlijke vraag die je je zelf daarbij moet stellen is, ‘Is het echt een probleem als de leerling dit niet kan of weet?’ Zo ja, dan weet je waar je volgend schooljaar jaar extra tijd en energie in zult moeten stoppen. En nog belangrijker: bij wie! Maar zo nee, laat het dan liggen, volgend jaar wordt vast al druk genoeg.

2) Toets alleen het haalbare. Je kunt leerlingen thuis niet alleen maar laten herhalen. Maar moeilijke nieuwe stof bijbrengen, waar jij als leraar een noodzakelijke rol hebt, zal ook niet altijd gaan. Richt je daarom – zolang als afstandsonderwijs nog (deels) doorgaat – op onderwerpen die met enig gemak thuis nog wel te doen zijn.

3) Beoordelen kan ook op andere manieren dan met een papieren toets. Ongetwijfeld wil je leerlingen toch beoordelen. Al was het maar om leerlingen aan de gang te houden. Sommige scholen gaan zo ver dat het idee van een toets, letterlijk proberen te vertalen tot een online-variant: Camera en microfoon aan, en een verplichte scan van de slaapkamer, en soms zelfs software die je computergebruik in de gaten hout. Hoe begrijpelijk ook, de inbreuk op de privacy is hier nogal ongemakkelijk, zo niet onwenselijk, als ook onnodig. Er zijn tal van varianten op de klassieke toets te verzinnen: Je kan leerlingen een poster laten maken van een hoofdstuk en die laten presenteren. Je kan beoordelende opdrachten maken waarbij leerlingen moeten samenwerken (zoals toetsdeskundige Eric Mazur ook stelt: in het echte leven breng je je kennis en kunde ook altijd in samenwerking ten berde). Aangezien je de afnameomstandigheden niet kunt controleren kan dit in ieder geval een motiverende manier zijn om leerlingen aan de gang te houden, en waarvoor ze toch over de benodigde kennis en kunde moeten beschikken. Pas hier je PTA op aan als dat nodig is – die ruimte heeft de minister geboden.

4) Geef pas feedback op een toets of een opdracht als het ergens kan landen. Feedback moet ergens landen, was de boodschap van Naomi Winstone op ons congres begin maart. Feedback moet leiden tot een activiteit. Je kunt natuurlijk feedback geven op een opdracht, maar waar kan een leerling (of student) daar dan iets mee? Als je feedback op een schrijfopdracht geeft, laat ze die feedback dan benutten bij een volgende ‘toets’. Als feedback gewoon eenmalig is, en geen vervolgactiviteit kent, overweeg het dan gewoon achterwege te laten.

5) Quizjes in zetten voor herhaling.Op afstand kun je ook prima kleine quizjes van een minuut of vijf of tien laten maken, waarbij je reeds geleerde kennis of vaardigheden weer even terughaalt. Dit bevordert het langetermijnleren, maar het kan je ook inzicht geven in hiaten (zoals besproken in punt 1).

 

ONLINE CURSUS

Wil je alles weten over formatief handelen? Volg dan onze nieuwe online cursus!

Probeer het tot 31 augustus met korting uit!